
Wie bewust kwetsbare mensen oplicht door zich voor te doen als bankmedewerker of agent, raakt een gevoelige snaar.
De politie zet nu een zwaar middel in: het ongeblurd delen van foto’s van verdachten. Bij Slachtoffer Eerst! zeggen we: eindelijk. Maar strafrechtadvocaten trekken aan de bel. Waar ligt de grens?
Het pleidooi van de advocaat: “Een digitale schandpaal”
Strafpleiters zoals Ronald Knegt (Anker & Anker) maken zich grote zorgen.
Hun argument? Privacy is een fundamenteel recht, ook voor verdachten. Een foto op het internet is er bijna niet meer af te krijgen. “Stel je bent onterecht verdacht, maar je foto staat wel op een poster. Leg dat maar eens uit aan je baas,” stelt Knegt.
Vooral bij minderjarigen ziet de advocatuur grote risico’s.
Op camerabeelden staat geen geboortedatum.
Een fout op je zestiende kan je je hele volwassen leven blijven achtervolgen bij elke sollicitatie. De advocaat pleit daarom voor een strengere afweging: mag dit middel wel ingezet worden bij ‘eenvoudige’ fraude, of moet dit bewaard blijven voor de allerzwaarste geweldsdelicten?
Onze reactie: Wie beschermt het Slachtoffer?
Hoewel we het belang van een eerlijk proces begrijpen, vragen wij ons af: wie beschermt het Slachtoffer?
Bij bankhelpdeskfraude praten we niet over een “eenvoudig” delict. Het gaat om het systematisch plunderen van rekeningen en het kapotmaken van iemands veiligheidsgevoel.
Wat betreft de minderjarigen: de politie heeft geen glazen bol. Op camerabeelden staat geen geboortedatum.
Pas na herkenning weten we of een verdachte 16 of 21 is. Moeten we dan maar stoppen met opsporen zodra iemand een jong uiterlijk heeft?
Dat zou een vrijbrief zijn voor jonge criminelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de verdachte zelf: je krijgt twee weken de tijd om je te melden terwijl je gezicht nog geblurd is.
Wie die kans laat liggen, kiest zelf voor de schijnwerpers.
De rechter heeft het laatste woord
Gelukkig leven we in een rechtsstaat waarin de advocaat zijn punten kan maken waar ze horen: in de rechtszaal.
De rechter zal uiteindelijk wegen of de politie te ver is gegaan en of de inbreuk op de privacy moet leiden tot vrijspraak of een lagere straf. Dat is het moment voor nuance.
Maar in de fase van opsporing moet het belang van het Slachtoffer en het stoppen van de fraude vooropstaan.
Het ongeblurd delen van foto’s werkt; de tips stromen binnen en de pakkans stijgt. Dat is de enige taal die daders begrijpen.
Wat vind jij?
Heeft de advocaat gelijk dat we voorzichtig moeten zijn met de toekomst van (jonge) verdachten, of vind je dat de politie dit middel veel vaker moet inzetten?
Laat je horen in de reacties!


Geef een reactie