Gepubliceerd op 4 augustus 2026. Voor het laatst bijgewerkt op 21 augustus 2026.

De maatschappelijke roep om vergelding vertaalt zich in de rechtspraktijk vaak naar het opleggen van korte onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen voor fraudeurs en oplichters.
Wetenschappelijk en penitentiair onderzoek toont echter aan dat deze korte detentieperiodes een averechts effect hebben op de openbare veiligheid.
In aansluiting op het hoofdmemorandum De Strafmaatkloof Gefileerd: Strafverzwaring lost het Toezichttekort bij Fraude niet op fileert dit tweede sub-memorandum de detentiekloof: de diepe frictie tussen de beoogde afschrikking van de cel en de empirisch bewezen stijging van het herhalingsrisico na vrijlating.
Kernpunten
- Korte detentie werkt criminaliteitsbevorderend doordat het daders isoleert van legale structuren en fungeert als netwerkplek voor professionele criminaliteit.
- Vermogensontneming dient een dubbel doel: het deactiveert het daderkapitaal om recidive te voorkomen én voorziet in directe financiële compensatie voor het slachtoffer.
- Infrastructurele hiaten op platformen bieden vrijgelaten daders direct een laagdrempelig alternatief om hun malafide activiteiten zonder toezicht te hervatten.
1. De Criminogene Werking van Korte Detentie versus Vermogensdeactivering
In de rechtspraktijk isoleert een onvoorwaardelijke celstraf van enkele maanden een dader van diens maatschappelijke fundamenten, zoals huisvesting, legale inkomstenbronnen en sociale netwerken.
Vanwege de korte duur biedt deze detentievorm geen enkele ruimte voor effectieve gedragstraining, resocialisatie of het opstarten van verplichte schuldhulpverlening. Criminologische data bevestigen dat korte celstraffen hierdoor fungeren als een leerschool voor criminaliteit.
Daders komen in detentie intensief in contact met netwerken van professionele criminelen, waardoor hun vaardigheden en bereidheid tot complexere criminaliteit toenemen. Statistisch gezien recidiveren daders na een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf significant vaker en sneller dan daders die een taakstraf opgelegd hebben gekregen.
Strafrechtelijke interventies missen hun doel zolang zij de dader alleen tijdelijk opsluiten in plaats van hem praktisch en financieel machteloos te maken. Om herhaling effectief te voorkomen en bestaande schade te herstellen, is het onmiddellijk ontnemen van het criminele vermogen noodzakelijk.
Deze maatregel dient een dwingend dubbel doel: enerzijds slaat het de financiële basis onder het daderplatform weg zodat doorstarten onmogelijk wordt; anderzijds stelt het justitie in staat de geconfisqueerde gelden direct aan te wenden voor de volledige financiële compensatie van de gedupeerden.
Waar detentie louter symptomen bestrijdt en het slachtoffer met lege handen achterlaat, grijpt directe ontneming in op het fundament.
Zoals uitgebreid geanalyseerd in Deel 4: Het Financieel Interventiemodel, heft dit de secundaire victimisatie op door de dader te plukken ten behoeve van het slachtoffer.
2. Infrastructurele Schaalvergroting versus Toezichttekort
De stijging van het herhalingsrisico na korte detentie raakt direct de structurele weeffouten in onze marktinfrastructuur. Wanneer een dader na vrijlating terugkeert in de maatschappij zonder legaal inkomen of stabiele huisvesting, biedt de huidige digitale en analoge infrastructuur een laagdrempelig alternatief. Via online advertentieplatformen, anonieme communicatiekanalen of informele netwerken aan de voordeur kan de dader diens activiteiten direct weer opschalen.
Omdat private facilitators de winsten van deze platformen centraliseren en de veiligheidsrisico’s decentraliseren naar de burger, ontstaat er een chronisch toezichttekort bij de handhavingsinstanties. De dader weet dat de opsporingscapaciteit tekortschiet, waardoor het risico op herhaaldelijke oplichting voor hem economisch aantrekkelijk blijft.
Korte detentie verhelpt dit toezichttekort niet, maar versterkt juist de prikkel om opnieuw delicten te plegen, terwijl de slachtoffers de prijs betalen voor dit infrastructurele vacuüm.
Dictum
Stichting Slachtoffers Eerst! stelt vast dat het opleggen van korte gevangenisstraffen voor vermogensdelicten de maatschappij louter schijnveiligheid biedt en de productie van nieuwe slachtoffers aanjaagt.
Stichting Slachtoffers Eerst! concludeert dat een effectieve herinrichting van de veiligheidsketen dwingend vereist dat de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie afstappen van korte vrijheidsstraffen bij fraude, tenzij deze direct gekoppeld zijn aan langdurige, dwingende gedragsbeïnvloeding.
Teneinde rechtsherstel te bieden en herhaling te voorkomen, dient de prioriteit te verschuiven naar het opleggen van intensieve taakstraffen in combinatie met directe, preventieve vermogensontneming.
Alleen door het criminele kapitaal te deactiveren, wordt het verdienmodel vernietigd en kunnen gedupeerde burgers direct vanuit het in beslag genomen dadervermogen schadeloos worden gesteld.
Bronvermelding
- Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), Recidive na verschillende sanctiemodaliteiten: een langetermijnstudie.
- Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), Advies inzake de effectiviteit van korte vrijheidsstraffen en vermogenssancties.
- Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Criminaliteit en rechtshandhaving: statistisch jaaroverzicht recidive en schadeherstel.
Opbouw van dit Dossier
Master-Memorandum: De Strafmaatkloof Gefileerd.
- Deel 1: De Strafmaatillusie – Een analyse van overheidsonderzoeken naar de afschrikkende werking van celstraffen.
- Deel 2: De Detentiekloof – De empirische onderbouwing van recidivecijfers na kortstondige gevangenisstraffen.
- Deel 3: De Psychologische Kloof – De frictie tussen de maatschappelijke roep om vergelding en de juridische realiteit van de rechtszaal.
- Deel 4: Het Financieel Interventiemodel – Een blauwdruk voor het direct neutraliseren van het dadervermogen voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling.


Geef een reactie