
Dit is Deel 2 van onze verdiepingsserie rondom de centrale vraag: Helpt strenger straffen tegen oplichting?
In het vorige deel Waarom zwaarder straffen de oplichter niet stopt zag je dat zware straffen oplichters vooraf niet afschrikken. Maar wat gebeurt er als een dader wél wordt gepakt en achter de tralies verdwijnt?
Onafhankelijke wetenschappers laten zien dat de gevangenis vaak werkt als een leerschool voor criminaliteit. Een dader komt er na een korte straf vaak gevaarlijker uit dan hij erin ging.
Het moeilijke evenwicht in ons strafrecht
Als een rechter een oplichter naar de gevangenis stuurt, voelt dat voor slachtoffers vaak als gerechtigheid. De dader krijgt zijn verdiende loon en hij is even van de straat.
In ons strafrecht zit hierom altijd een ingewikkelde spanning tussen drie verschillende doelen:
- Vergelding (wraak): De dader moet boeten voor de pijn en de schade die hij het slachtoffer heeft aangedaan.
- Bescherming: De maatschappij moet veilig zijn voor de dader.
- Verbetering (voorkomen van herhaling): De dader moet leren van zijn fouten, zodat hij na zijn straf niet opnieuw de fout in gaat.
Het probleem is dat deze drie doelen in de praktijk vaak met elkaar botsen.
Wraak nemen door iemand op te sluiten voelt op de korte termijn goed. Maar de cijfers laten zien dat we hiermee het belangrijkste doel, het voorkomen van nieuwe slachtoffers in de toekomst, juist uit het oog verliezen.
Vooral de ‘korte gevangenisstraf’ (die in de rechtspraktijk maximaal 3 maanden duurt) zorgt voor grote problemen.
De harde cijfers
Als we willen weten wat echt werkt, moeten we kijken naar de feiten. Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) is het officiële, landelijke onderzoeksinstituut dat de overheid adviseert over misdaad [NSCR].
Samen met de Universiteit Leiden (de bakermat van de Nederlandse criminologie) hebben deze wetenschappers jarenlang het grootste praktijkonderzoek in ons land uitgevoerd. Zij bekeken de gegevens van duizenden daders nadat ze hun straf hadden uitgezeten.
Hun conclusies zijn glashelder en schokkend. Je kunt de uitkomsten van dit onderzoek zelf nalezen in het officiële nieuwsbericht op de website van het NSCR over Korte Gevangenisstraffen.
Daders die een korte gevangenisstraf krijgen, plegen binnen vijf jaar na hun vrijlating tot wel 55 procent meer nieuwe misdrijven dan daders die een taakstraf kregen.
De gevangenis blijkt dus geen plek te zijn waar mensen hun leven beteren.
Waarom deze straffen vaak niet werken, lees je ook in de wetenschappelijke NSCR Factsheet over de effectiviteit van sancties.
Waarom werkt de gevangenis averechts?
Hoe kan het dat een celstraf daders juist crimineler maakt? Criminologen noemen de gevangenis niet voor niets de ‘bajes-academie’ of ‘gevangenisschool’. Dat komt door drie duidelijke oorzaken:
1. Nieuwe netwerken en betere trucs
In de gevangenis zit een oplichter maandenlang opgesloten met andere criminelen. In plaats van na te denken over zijn fouten, deelt de dader ervaringen met celgenoten. Een beginnende dader leert er nieuwe, slimmere manieren om te frauderen, hoe hij uit de handen van de politie blijft en hij ontmoet nieuwe criminele contacten voor de toekomst.
2. De opbouw van het leven stort in
Drie maanden in de cel lijkt kort, maar het is lang genoeg om je hele normale leven te verwoesten. Tijdens het uitzitten van een korte straf raakt de dader bijna altijd zijn baan kwijt. Vaak kan hij de huur niet meer betalen, waardoor hij ook zijn woning verliest. Als de dader de poort van de gevangenis uitloopt, staat hij op straat met lege handen, nog grotere schulden en geen sociaal vangnet.
3. Te kort voor echte hulp
Drie maanden is te kort om de echte problemen van de dader aan te pakken. Er is in die tijd geen ruimte voor een intensieve schuldhulpverlening, een afkicktraject voor een verslaving of psychische hulp. De dader wordt na een paar weken weer buitengezet met exact dezelfde problemen als vóór zijn straf, maar zónder werk of huis. De stap terug naar de oplichting is dan heel snel gezet.
Wie moet de oplichter dan wél aanpakken?
Voor de maatschappij voelt opsluiten goed, maar de cijfers liggen er niet om. Als we een oplichter een korte celstraf geven, betalen we daar later als samenleving de prijs voor met nieuwe slachtoffers.
In de Nederlandse rechtspraktijk ligt de taak om daders écht te veranderen bij een samenwerking van drie partijen:
1. De Rechter (De verplichting opleggen)
De Reclassering kan dit niet zomaar dwingend opleggen; dat moet via de rechter. De rechter legt een taakstraf op of kiest voor een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Dit betekent dat de dader niet de cel in hoeft, máár dan moet hij verplicht meewerken aan de hulp en controle van de Reclassering. Werkt hij niet mee? Dan moet hij alsnog de gevangenis in.
2. De Reclassering (Begeleiding en controle)
Instanties zoals Reclassering Nederland voeren de intensieve begeleiding uit. Zij controleren of de dader zich aan afspraken houdt. Ook helpen zij bij het oplossen van schulden, het vinden van werk en het regelen van verplichte psychologische hulp of verslavingszorg.
3. De Gemeente (Lokale hulp bij schulden en wonen)
Zodra een dader een taakstraf krijgt, helpt de gemeente bij de praktische zaken. Denk aan lokale schuldhulpverlening en het voorkomen dat iemand door het verlies van zijn huis direct weer op straat komt te staan.
Alleen met deze gerichte, drievoudige aanpak breken we de cirkel van criminaliteit en voorkomen we nieuwe slachtoffers.
Feiten boven politieke meningen
Sommige politieke partijen blijven hameren op strenger straffen en daders langdurig opsluiten. Zij luisteren helaas niet naar de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.
Wij van Slachtoffers Eerst! doen dat bewust wel. Wij hebben geen politieke mening en we hebben er geen belang bij om misbruik te maken van onderbuikgevoelens om stemmen te trekken.
Ons enige doel is om jou te informeren met betrouwbare feiten, zodat we samen kunnen werken aan échte oplossingen die slachtoffers helpen.
📖 Volgende week in Deel 3 van ons Dossier: De kloof tussen de borreltafel en de rechtszaal


Geef een reactie