Gepubliceerd op 29 juli 2026. Voor het laatst bijgewerkt op 10 augustus 2026.

De toename van grootschalige smishing-campagnes legt een fundamentele weeffout bloot in de integriteit van de digitale communicatieketen. Hoewel de financiële en psychologische schade volledig landt bij het slachtoffer, ligt de feitelijke facilitering van deze fraudestromen bij de telecommunicatiesector, die de anonimiteit aan de poort commercieel in stand houdt.
1. De technische mechanica en schaalparadox van de alfanumerieke afzender
Smishing-netwerken maken op macroschaal misbruik van de zogeheten A2P-infrastructuur (Application-to-Person), waarmee bulk-sms-berichten geautomatiseerd en in grote volumes worden verzonden.
De schaalparadox treedt op bij de toewijzing van alfanumerieke afzenders. Dit zijn sms-berichten waarbij de afzender geen regulier telefoonnummer is, maar een naam in letters, zoals ‘MijnOverheid’ of de naam van een grootbank.
Telecomproviders en sms-aggregators staan momenteel toe dat private partijen deze tekstnamen handmatig instellen in hun verzendsystemen zonder voorafgaande, sluitende identiteitsverificatie.
Omdat er geen controle aan de poort plaatsvindt, kunnen fraudeurs de naam van een vertrouwde instantie misbruiken. Dit zorgt voor een kritiek technisch beveiligingslek op de smartphone van de burger: het malafide sms-bericht komt binnen in exact dezelfde conversatiereeks als de échte, eerdere berichten van die specifieke bank of overheidsdienst.
Voor het slachtoffer is het hierdoor technisch onmogelijk om de echtheid te verifiëren, aangezien de telefoon de malafide sms logisch groepeert onder de legitieme afzender.
Terwijl de telecomsector winst genereert uit het faciliteren van dit bulkverkeer, leidt het gebrek aan verificatie tot een onbeheersbare stroom slachtoffers die door deze misleidende conversatiestromen in de val worden gelokt.
2. Het toezichttekort bij bulk-sms-aggregators
De effectiviteit van de huidige fraudebestrijding strandt op het gebrek aan regulering van de tussenpersonen in de telecomketen: de sms-aggregators. Deze marktpartijen verkopen op grote schaal toegang tot het mobiele netwerk aan schimmige entiteiten, die veelal buiten de Europese jurisdictie opereren.
Onder het mom van de wettelijke transportplicht en het telecomgeheim (artikel 11.2 Telecommunicatiewet) weigeren providers om actieve inhoudelijke filtering toe te passen op malafide weblinks in sms-berichten.
Dit creëert een juridisch handhavingstekort: de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) mist de wettelijke doorzettingsmacht om providers te dwingen malafide bulkstromen real-time aan de poort te blokkeren. De wetgeving beschermt zodoende de integriteit van het transportmedium, ten koste van de bescherming en de financiële veiligheid van de burger.
3. Naar een gedeelde infrastructurele zorgplicht met economische consumentenbescherming
De oplossing voor smishing ligt niet in het herhaaldelijk waarschuwen van de consument, maar in het herstellen van de ketenverantwoordelijkheid over de assen van zowel telecom als banken.
Zolang private partijen de financiële risico’s van hun systeemzwakheden kunnen afwentelen op het slachtoffer, blijft de prikkel tot structurele innovatie uit.
Beleidsmakers dienen daarom een gedeelde zorgplicht af te dwingen. De telecomprovider is aansprakelijk voor de gefaciliteerde inbraak wanneer deze nalaat de anonimiteit aan de poort op te heffen, terwijl de vergunninghoudende bank op basis van de Wet op het financieel toezicht (Wft) aansprakelijk blijft voor het faciliteren van de daaropvolgende frauduleuze geldstroom naar illegale rekeningen.
Voor het slachtoffer betekent deze infrastructurele zorgplicht een fundamentele rechtsbescherming: het ontslaat gedupeerde burgers van de nagenoeg onmogelijke bewijslast om achteraf anonieme, internationale daders te traceren.
Om te voorkomen dat de telecom- en bankensector deze claims en investeringskosten via hogere tarieven direct weer op de burger afwentelen, moet de politiek gelijktijdig harde economische barrières opwerpen.
Dit vereist de invoering van wettelijke tariefplafonds op basisdiensten zoals de standaard betaalrekening en het basis-telefoonabonnement.
Daarnaast moeten de toezichthouders (AFM en ACM) de wettelijke bevoegdheid krijgen om te eisen dat schadeclaims en boetes direct in mindering worden gebracht op de vrije winstreserves en dividenduitkeringen aan aandeelhouders.
Pas wanneer de risico’s de winstreserves van de poortwachters raken, ontstaat er een intrinsieke bedrijfseconomische noodzaak tot beveiliging, zonder dat de consument de rekening betaalt.
Dictum
De ongehinderde opmars van smishing illustreert dat zowel de telecommunicatiesector als de bankensector hun infrastructurele verantwoordelijkheid ontwijken, waardoor private winsten uit bulkverkeer direct leiden tot onbeschermde slachtoffers.
Beleidsmakers moeten via de Telecommunicatiewet en de Wft een sluitende ketenaansprakelijkheid afdwingen. Het opheffen van dit toezichttekort vereist dat telecomproviders aansprakelijk worden voor het faciliteren van ongeverifieerde afzenders, en banken voor het drempelloos uitvoeren van frauduleuze transacties.
Gelijktijdig dienen wettelijke tariefplafonds en sancties op dividenduitkeringen te voorkomen dat marktpartijen de financiële rekening naar de consument doorschuiven.
Bronvermelding
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Toezichtsignalement Digitale Infrastructuur en Telecomfraude.
Autoriteit Consument & Markt (ACM). Marktstudie naar de regulering en praktijk van SMS-aggregators in Nederland.
Beeldverantwoording
AI-gegenereerde illustratie, uitsluitend gebruikt ter visualisatie.


Geef een reactie