
Zorgfraude is geen abstract beleidsprobleem. Het is geen spreadsheetfout, geen administratieve slordigheid, geen incident dat “nu eenmaal voorkomt in een complexe sector”.
Zorgfraude is oplichting. En oplichting betekent slachtoffers.
Toch blijft één harde waarheid structureel onderbelicht: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zelf kan zorgfraude niet voorkomen. Niet een beetje. Niet soms. Helemaal niet.
En dat is geen mening, maar dat is wat de IGJ zelf zegt.
De IGJ komt pas in actie als de oplichter al heeft toegeslagen
De IGJ is verantwoordelijk voor het toezicht op een zorgveld waarin 1,6 miljoen mensen werken. Het gaat om bijna 290.000 zorgaanbieders (inclusief zzp’ers en solisten) en fabrikanten van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen voor meer dan een half miljoen producten. De regels waaraan zij zich moeten houden staan in zo’n 40 nationale wetten, vele internationale wetten en duizenden veldnormen.
De IGJ is een toezichthouder op kwaliteit en veiligheid van zorg. Dat klinkt stevig, maar in de praktijk betekent het dit:
- De IGJ mag geen financiële fraude onderzoeken.
- De IGJ mag geen fraudeurs opsporen.
- De IGJ mag niet ingrijpen voordat er schade is.
- De IGJ is afhankelijk van meldingen, klachten en incidenten.
Met andere woorden: De IGJ komt pas in beeld als Slachtoffers al zijn opgelicht.
Kwetsbare cliënten die misleid zijn. PGB‑budgetten die zijn leeggetrokken. Onbevoegd personeel dat al weken of maanden zorg verleent. Criminele netwerken die al winst hebben gemaakt.
De IGJ staat erbij, kijkt ernaar en mag pas bewegen als het te laat is.

Ondertussen wordt de fraude professioneler, harder en georganiseerder
De IGJ beschrijft zelf dat zorgfraude steeds meer lijkt op georganiseerde criminaliteit:
- Valse diploma’s en gekochte EVC‑certificaten
- Bemiddelingsbureaus die onbevoegd personeel rondpompen
- Zorgaanbieders die puur als verdienmodel worden opgericht
- Netwerken die kwetsbare cliënten ronselen
En toch heeft de inspectie geen instrumenten om deze netwerken te stoppen voordat ze toeslaan.
Dat is alsof je een brandweer hebt die pas mag uitrukken als het huis al is afgebrand.
Slachtoffers staan altijd achteraan
Voor slachtoffers betekent dit:
- Je wordt pas beschermd nadat je bent opgelicht.
- Je krijgt pas hulp nadat je schade hebt.
- Je wordt pas gezien nadat je vertrouwen is misbruikt.
En dat is precies waarom zorgfraude zo lucratief blijft: het systeem beschermt de fraudeur beter dan het slachtoffer.
Dit moet en kan anders
Als we willen dat slachtoffers écht centraal staan, moet er één ding gebeuren:
Geef de IGJ wettelijke bevoegdheden om zorgfraude te voorkomen in plaats van alleen te reageren.
Dat betekent:
- Vroegtijdige bevoegdheden om in te grijpen bij signalen van fraude.
- Toegang tot financiële informatie wanneer dat nodig is om risico’s te beoordelen.
- Strengere controle op diploma’s, EVC‑routes en bemiddelingsbureaus.
- Snellere informatie-uitwisseling tussen IGJ, NZa, gemeenten, FIOD en zorgverzekeraars.
- Een wettelijke plicht om preventief toezicht te houden op nieuwe zorgaanbieders.
Zonder deze veranderingen blijft de IGJ een brandweer zonder water, een politie zonder handboeien, een toezichthouder zonder tanden.
Slachtoffers verdienen beter
Zolang de IGJ alleen mag optreden nádat de schade is aangericht, blijft zorgfraude een verdienmodel. En blijven slachtoffers achter met de rekening.
Het is tijd dat de politiek stopt met wegkijken. Het is tijd dat preventie eindelijk prioriteit krijgt. Het is tijd dat slachtoffers écht eerst komen.


Geef een reactie