Het verhaal van Milan, een geldezel

Milan op zijn galerij. We zien hem van acheteren gefotografeerd.
Foto: Slachtoffers Eerst!

Als je moet kiezen tussen een lege koelkast, geen geld om uit te gaan, of je bankpas uitlenen voor “snel geld”, dan voelt dat voor sommige jongeren niet als een echte keuze. Oplichters weten precies waar jongeren te weinig hulp krijgen. Zij bieden een ‘oplossing’ die de overheid of hulpverlening niet op tijd geeft.

Willen we oplichting echt minder maken? Dan moeten we niet alleen achteraf opruimen, maar ook op tijd ingrijpen.

Milan

Slachtoffers Eerst! sprak met ‘Milan’ (22). Door geldproblemen raakte hij betrokken bij oplichting als geldezel.

Slachtoffers Eerst!: Milan, veel mensen denken dat een oplichter bewust kiest voor snel geld. Hoe begon het bij jou?
Milan: “Snel geld? Voor mij was het geld om te kunnen overleven. Ik had veel schulden, ook bij vrienden. Die wilden hun geld terug. Iemand in de sportschool zei: ‘Ik help je. Leen mij je bankpas een middag voor 500 euro.’ Ik had al dagen bijna niets gegeten. Toen klonk dat als hulp, niet als een misdaad.”

Slachtoffers Eerst!: Dacht je toen aan de Slachtoffers aan de andere kant?
Milan: “Eerlijk gezegd: nee. Als je geen geld hebt en veel stress, denk je vooral aan vandaag. Je ziet de gevolgen niet. Ik wist niet eens wat een ‘geldezel’ was. Ik dacht op dat moment alleen aan geld.”

“Mijn bankpas uitlenen was mijn laatste redmiddel”

Slachtoffers Eerst!: Wat gebeurde er nadat je je pas gaf?

Milan: “Die ‘beloning’ stelde weinig voor. Ik kreeg maar de helft. Twee weken later blokkeerde de bank mijn rekening. Nu sta ik acht jaar op de zwarte lijst bij banken. Ik kan geen kamer huren en geen telefoonabonnement afsluiten. Ze behandelen mij als een zware crimineel. Maar ik was wanhopig, niet slecht.”

Slachtoffers Eerst!: Milan, we begrijpen je wanhoop, maar door jouw pas te geven, is er aan de andere kant iemand kapotgemaakt. Wat denk je dat die Slachtoffers van jou vinden?

Milan: “Die Slachtoffers zien mij waarschijnlijk als een harteloze crimineel. Als iemand die hun geld weghaalde. Ze zien niet mijn lege koelkast of mijn stress door schulden. Ze zien alleen hun verlies en hun angst om de bank nog te vertrouwen. Ik snap dat ze boos zijn. Ik ben een schakel geweest die het mogelijk maakte. Maar ik was geen leider. Ik ben gebruikt voor een paar honderd euro, omdat ik geen andere uitweg zag.”

Slachtoffers Eerst!: Voel je je schuldig?

Milan: “Ja, wel. Maar ik vind dat ik te zwaar ben gestraft. Dat voelt niet eerlijk.”

Wat is de straf voor een geldezel?

In Nederland is het strafbaar om geldezel te zijn. Dit valt meestal onder witwassen. De gevolgen kunnen groot zijn: je kunt straf krijgen én problemen krijgen met je bank.

Straffen

De uiteindelijke straf hangt af van de ernst en of iemand vaker de fout in is gegaan:

  • Gevangenisstraf: De hoogste straf voor witwassen is 6 jaar gevangenis (Wetboek van Strafrecht, art. 420bis). In de praktijk krijgen geldezels vaak een celstraf van een paar maanden. Soms hoeft iemand (een deel) niet de gevangenis in, maar geldt er een proeftijd.
  • Werkstraf: Vaak krijgt iemand een taakstraf, in plaats van of naast een celstraf.
  • Boete: De rechter kan ook een boete geven. Die kan oplopen tot tienduizenden euro’s.
  • Strafblad: Je krijgt een aantekening op je strafblad. Daardoor kun je geen VOG krijgen. Dat kan problemen geven bij werk, stage of een opleiding.

Wat doet de bank?

Banken werken samen met de politie en zijn streng:

  • Je wordt voor maximaal 8 jaar opgenomen in een zwarte lijst van banken (Autoriteit Persoonsgegevens, 2026). In die periode kun je bij haast geen enkele bank een rekening openen, lening afsluiten of hypotheek krijgen.
  • Je kunt (een deel van) het geld moeten terugbetalen dat via jouw rekening is witgewassen. Dat geld is van de Slachtoffers. (NVB, 19 september 2024)

Hoe groot is de pakkans?

Banken en de politie letten op verdachte betalingen. Omdat de bankpas en rekening naar jou te herleiden zijn, is de pakkans heel groot (vaak wordt gezegd: “100%”) (Nederlandse Vereniging van Banken, 2024; CCV, 2026).

Overheidsbeleid: helpt het genoeg?

De overheid wil geldproblemen en armoede aanpakken. Op papier zijn er plannen (zoals de Aanpak Geldzorgen van de Rijksoverheid en lokale samenwerkingen) (Rijksoverheid, 2022).

Maar in de praktijk werkt het nog niet goed genoeg.

Voorkomen is belangrijk. Dat betekent: mensen op tijd helpen en misbruik snel zien. Vooral het ronselen van geldezels blijft een groot probleem. Criminelen spelen daarbij in op geldnood van jongeren (Verwey-Jonker Instituut, 2024; CCV, 2026).

Wervingsmethoden voor geldezels

Criminelen ronselen geldezels (ook wel ‘money mules’) vaak op plekken waar jongeren met geldproblemen komen.

  • Sociale media: Ronselaars gebruiken vaak apps zoals Snapchat, Telegram en Instagram (CCV, 2026; Nederlandse Vereniging van Banken, 2024).
  • Valse vacatures: Ze zetten advertenties online voor “snel en makkelijk geld”, zonder dat je ervaring nodig hebt.
  • Fysieke locaties: Ronselaars zijn actief op schoolpleinen of in de wijk om jongeren persoonlijk te benaderen (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, 2026).
  • Sociale druk: Soms worden jongeren via vrienden of kennissen overgehaald. De risico’s (zoals een geblokkeerde rekening of een strafblad) worden dan niet goed uitgelegd.

Preventie bij kwetsbare groepen

Armoede gaat vaak samen met veel stress en andere problemen. Daarom is een brede aanpak nodig (Trimbos-instituut, z.d.). Het Trimbos-instituut wijst ook op het belang van middelenpreventie bij deze groepen. Andere maatregelen zijn:

  • Armoede aanpakken: De Rijksoverheid neemt maatregelen, zoals het verhogen van het kindgebonden budget, zodat gezinnen minder geldstress hebben.
  • Letten op signalen: Hulpverleners die bij mensen thuis komen, kunnen signalen van oplichting of geldmisbruik eerder zien.
  • Samenwerken in de gemeente: Gemeenten laten organisaties samenwerken om geldmisbruik (bijvoorbeeld bij ouderen) te voorkomen en te stoppen.
  • Snelle hulp bij geldzorgen: De overheid gebruikt het Lab Geldzorgen om te testen hoe mensen sneller financiële hulp kunnen krijgen. Dat kan ook helpen om oplichting door wanhoop te voorkomen.

Hulp komt vaak te laat. Ook werken organisaties nog te vaak langs elkaar heen. Politie, gemeente en schuldhulp moeten beter samenwerken. Scholen en hulporganisaties zien de problemen vaak als eerste, maar hebben niet altijd genoeg mensen en geld. Daardoor krijgen jongeren soms te weinig goede alternatieven en blijven ronselaars kansen zien.

Dit systeem maakt alleen maar verliezers

Het verhaal van Milan en de vele Slachtoffers horen bij elkaar. De oorzaak is vaak armoede en weinig toekomst.

Als we oplichting alleen zien als ‘misdaad’, missen we een belangrijk deel van het probleem. Zolang mensen zo diep in geldproblemen zitten dat een crimineel een ‘helper’ kan lijken, blijven er nieuwe Slachtoffers komen.

De mensen die hier echt aan verdienen, zijn de ronselaars. Zij blijven vaak buiten beeld, terwijl zij kwetsbare mensen tegen elkaar uitspelen.

Politiek Den Haag, jullie zijn aan zet.

Wij vragen om:

  1. Vroege hulp zonder drempels: help gezinnen op tijd, voordat schulden te groot worden.
  2. Eén gezamenlijke aanpak: laat politie, gemeente en schuldhulp samen werken en samen keuzes maken.
  3. Investeer in wijken: geef jongeren kansen op school en werk, zodat ronselaars minder grip krijgen.

Pak armoede aan, dan maak je oplichting moeilijker.


Bronvermelding:


Wist je dit?

…aan het laden…


Naar het Zwartboek

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *